Luchtdichtheid vs dampdichtheid

U bent hier

Dampdichtheid vs Luchtdichtheid waar liggen de klemtonen? 

Vaak worden termen als dampdichtheid en luchtdichtheid door elkaar gebruikt. Beiden vaak in de context van bouwschade.  Zijn beide gelijkwaardig? Waar liggen de klemtonen? 

Dampdichtheid is een materiaaleigenschap, deze geeft weer hoe makkelijk waterdamp door een een bepaald oppervlak met een bepaalde dikte kan dringen. Vaak gebruikte eenheden zijn hier de Sd of µd, en de µ-waarde. Je kan dit fenomeen een beetje vergelijken met een ballon die je opblaast, dichtknoopt en enkele dagen laat liggen. Je zal merken, dat hoewel je de ballon hard had opgeblazen, deze na enige tijd zijn spanning verliest. Dit komt omdat de dampdruk binnen in de ballon hoger is dan erbuiten, en de lucht- of dampmoleculen één voor één door de wand van de ballon naar buiten dringen. Dit is dus een traag fenomeen. Kies je een ballon met een hele dikke wand dan zal dit fenomeen trager verlopen dan bij een hele dunne wand. 

Zo is ook de dampdichtheid functie van de dikte van het toegepaste membraan. 

De µ waarde is hierin een dimensieloos getal dat de verhouding weergeeft van de dampweerstand van het van materiaal ten opzichte van de dampweerstand van een laag lucht van dezelfde dikte.  De µ-waarde van een materiaal geeft dus aan hoeveel keer de dampdiffusieweerstand van dit materiaal groter is dan die van een luchtlaag met dezelfde dikte. De equivalente luchtlaagdikte of µd-waarde, is een aanvullende waarde, heel vaak ook Sd-waarde genoemd. Dit is de waarde gelijk aan de waarde van de materiaalconstante µ, vermenigvuldigd met d, de dikte van de beschouwde materiaallaag in meters. De eenheid van µd of Sd is dan ook in meter uitgedrukt. Een µd- of Sd-waarde van 40 m betekent dat het materiaal in de aangegeven dikte dezelfde dampdiffusie heeft als een laag lucht van 40 m. De µd-waarde is simpel gezegd te zien als het aantal meter lucht dat overeenkomt met het desbetreffende materiaal. Hoe hoger de µd- of sd-waarde, hoe beter het materiaal in staat is damp tegen te houden.  

Luchtdichtheid is een gebouweigenschap, deze wordt gemeten door een pressurisatieproef (blowerproef) uit te voeren op een woning of gebouw. Hierbij zullen we, net als bij een ballon de gebouwschil onder druk brengen, en daarbij meten hoe veel drukverlies er ontstaat door aanwezige openingen in de gebouwschil (luchtlekken). Omdat een blowerproef niet loopt over lange tijd, zullen de gemeten drukverliezen ten gevolge van diffusie (zie hierboven) door de gebouwschil hierin te verwaarlozen zijn, en zal dus de luchtdichtheid de schilkwaliteit uitdrukken in de mate waarin ze vrij is van kieren, en spleten. Luchtlekken zijn een snel proces.

Om de dampdichtheid te verhogen wordt een dampscherm gebruikt, om de luchtdichtheid te verhogen wordt een luchtscherm gebruikt. Zeer waak zullen beide samen in één laag (bv een gespoten coating) toegepast worden en als 'dampscherm', of 'damprem' omschreven worden. Vandaar de verwarring tussen beide eigenschappen. 

Hoe verhouden beide zich nu tot het optreden van inwendige condensatie, en de daaraan gekoppelde bouwschade?

In beide gevallen zal vochtige lucht die door de gebouwschil dringt (enerzijds door diffusie, als bij de dichtgeknoopte ballon, en anderzijds door luchtlekken, alsof in de ballon een gaatje zou zitten) op een bepaald moment gaan afkoelen. Immers, over de dikte van de gebouwschil wordt het verschil in binnen-en buitentemperatuur gerealiseerd. Door het dalen van de temperatuur daalt ook de opslagcapaciteit voor waterdamp in in de lucht. Op een bepaald ogenblik zal deze waterdamp (water in gasvorm) condenseren als vocht. Dit vocht kan dan gebouwdelen aantasten, hout doen rotten, en als voedingsbodem dienen voor schimmels en fungi. 

Men kan zich inbeelden dat bij een luchtlek (snel proces) de hoeveelheid vocht veel groter kan zijn, dan bij een lage dampdichtheid (dampdiffusie is een traag proces). Zo kan ook het volume vocht veel groter zijn, waardoor men sneller schadebeelden (bijvoorbeeld in nieuwbouw) zal detecteren door luchtlekken dan door gebrekkige dampdichtheid. 

Dit neemt echter het belang niet weg van een hoge dampdichtheidsweerstand, of Sd waarde. Gebouwen blijven namelijk vaak decennia lang staan, en trage processen zoals dampdiffusie kunnen wel degelijk leiden tot grote schade. Jaar na jaar kan de hoeveelheid vocht zich, bij een lage dampdichtheid van het dampscherm in de gebouwschil accumuleren, en soms tot veel fundamenteler schade leiden. Dit omdat de dampdichtheid functie is van het materiaal of de materiaaloppervlakte, en zich dus vaak over een veel grotere oppervlakte kan manifesteren. 

Een juiste keuze van het damp/luchtscherm is dus de boodschap. 

Een oplossing met een hoge dampdichtheid, gecombineerd met een plaatsingsmethode die luchtlekken uitsluit is hier ideaal.

Dit kan het beste bekomen worden met het product Blowerproof, een coating met zeer hoge dampdichtheid, die door zijn plaatsingsmethode (airless spuiten met hechting over volledige oppervlak) vrijwel lek-loos geplaatst kan worden. 

Meer info op https://www.blowerproof.be/nl